MACBETHbranding
EEN LEPORELLO* VAN MOORDVERHALEN
De Trojaanse Oorlog en godsdienstwaanzin, Shakespeare en Srebrenica, hekserij en geopolitiek klinken mee in Leporello´s MACBETHbranding, waar Dirk Opstaele en zijn allround acteurs sinds 2005 aan puzzelen. In deze collectieve vertelling - vrij naar de Oresteia - zijn de talrijke protagonisten leden van dezelfde, door wraakgodinnen geplaagde familie. Keizer Duncan wordt, thuiskomend na een wereldoorlog, vermoord door zijn neef en wapenbroeder Macbeth - die de vrijgekomen keizerspost inneemt, op de troon en in bed. De usurpator en zijn minnares (Lady Duncan, die na de moord Lady Macbeth heet) handelen uit wraak, en zullen op hun beurt - in de loop van een wervelende `deurentragedie´ - aan wraak ten offer vallen.
MACBETHbranding is een typisch werk van Ensemble Leporello: gestileerd, dansant en fijn georkestreerd theater dat zijn weerga niet kent in ons kunstenlandschap.
* Een leporello:
– Boek waarvan de bladen uit één lange, in harmonicavorm gevouwen strook bestaan.
– Naam van de slimme knecht van Don Giovanni in de opera van Mozart.
– Theatergezelschap uit Brussel.
– Dummy.
|
Bronverhaal.
Een Keizer wordt, thuiskomend uit een gewonnen oorlog, vermoord door zijn neef en medestander - die daarna de troon bestijgt en de Keizerin huwt. De usurpator handelt uit wraak, en zal op zijn beurt aan wraak ten offer vallen. De onverbiddelijkheid van wraak- en moordlust vormt de basso continuo van deze donkere tragiek vol boze, bovennatuurlijke machten. Daaruit vertrekkend laat Dirk Opstaele zich vrij inspireren door gelijkaardige verhalen en thema’s. In de Oresteia en aanverwante epen, bij Seneca, Vergilius, Ovidius, maar ook in de moderniteit en actualiteit weerklinken die motieven: het vermoorden van een thuiskomende overste en de erfelijkheid van de oerschuld.
Argumentatie.
“MACBETHbranding” is een bewerking, herwerking en verklanking van een universeel en eeuwig thema: dat van de intrafamiliale machtsstrijd. De sleutelfiguren zijn er tot een dusdanige ‘bloedverwantschappelijkheid’ geconfigureerd dat via elk van hen een andere periode van de saga kan uitgespeeld en -gezongen worden.
De spookachtige, mystieke kant van de Macbeth-saga (zie de oudste bronnen van de geschiedenis van Macbeth, circa 11de eeuw) geeft aanleiding tot uitweidingen naar hekserij, animisme, duivelse of goddelijke optredens. In “MACBETHbranding” groeien deze fantasma’s uit tot een Attisch veelgodendom dat, als een meerkoppig en wispelturig monster, het wereldgebeuren tot meerstemmig resoneren opzweept. Niets dat niet iets anders aanraakt, niets dat niet uit iets anders voortspruit, niets dat onbeloond of ongewroken blijft en niemand ontsnapt uit de ‘camera obscura van de causaliteit’.
Theatrale vorm: de collectieve vertelling/vertolking.
Een dozijn spelers blijft gedurende de hele voorstelling, in ‘mineur of majeur’, in actie. Extrascenische middelen zijn tot het minimum beperkt, alsook het gebruik van rekwisieten en instrumenten. Alles rust op de schouders van de spelende ploeg.
Als koorlid, verteller of hoofdpersonage is elke acteur dienaar in een collectieve handeling. Gebaar, dans, stem en woord behoren alle tot de ‘tekst in brede zin’. Ook de choreografie en de koorspraak zijn in partituren vervat. Er wordt geëxperimenteerd met dialogen, koor- en vertelteksten die mekaar in wisselend tempo aflossen. De taal is een vrijmoedig, uitbundig Vlaams dat tegelijkertijd iets Attisch, shakespeareaans en lyrisch heeft. De welbewuste excentriciteit van sommige formuleringen krijgt als het ware pas zin doordat de sleutelwoorden, als in liturgie, gezamenlijk worden uitgesproken of tot fugatische frasen zijn verweven. De schrijver Dirk Opstaele speelt met neologismen, onomatopeeën, ritmische uitroepen, spreek- en zangkoren die de bloederige intriges en paleisrevoluties begeleiden en stuwen.
Samenvatting van de verhalende elementen.
Om de vrouw van Koning Banquo van Ierland te verlossen uit de Zevenborrenburcht van Cumberland - waar ze door Koning Cawdor wordt vastgehouden - wordt een groot leger op de been gebracht door Banquo’s broer, Keizer Duncan van Caledonia.
In de loop van een internationaal afscheidsfeest met alle geallieerden, wordt de tot nu toe onbekende honderdman Macbeth - een gewaardeerde medestander in vroegere oorlogen - tot generaal bevorderd. Dan breekt de Oorlog van de Duizend Landen uit. Zij zal tien jaar duren.
Tijdens de belegering van de Zevenborrenburcht van Cumberland (Cawdors vesting waar Koninginne Heide vastzit) wordt de vloot van Koning Banquo en Keizer Duncan door fataal stormweer teruggeslagen. Om de weergoden (o.l.v. Artemis) gunstig te stemmen is Keizer Duncan verplicht zijn jongste dochter Yvelinde te offeren. Hij doet wat de goden hem opdragen, slacht Yvelinde met het offermes en het aanvalsleger van Banquo en Duncan komt weer in beweging.
Rond de Zevenborrenburcht van Cumberland ontstaat een gruwelijke frontoorlog die vele jaren duurt. De beeldschone zus van Koning Cawdor, Hekátsj, die een beroemde priesteres is, valt in handen van de geallieerden en wordt Keizer Duncan als slavin aangeboden. Ooit werd zij door de God Ápollo begeerd, en kreeg van hem zienersgaven.
De thuisgebleven echtgenoot van Keizer Duncan, Lady Duncan, zal haar echtgenoot het offeren van hun dochter Yvelinde, én diens verhouding met Hekátsj niet vergeven. Zij zint op wraak en sluit een pact met Generaal Macbeth - die in het geheim, en omwille van een oude bloedvete, de keizerlijke troon voor zich opeist.
Koning Cawdor, de verleider van Koninginne Heide, valt uiteindelijk in handen van de geallieerden, de overspelige Heide wordt door haar man, Koning Banquo, met de dood bestraft - de Oorlog van de Duizend Landen is voorbij.
De zegedronken winnaars, broers Koning Banquo en Keizer Duncan, Honderdman Macduff (echtgenoot van Prinses Yvonne), en Kroonprins Malcolm (broer van Yvonne en Yvelinde), reizen dan naar Inverness, de Keizerlijke hoofdstad, om er de overwinning met een groot banket te vieren. Keizer Duncan bespoedigt zijn noodlot door generaal Macbeth, die een wraakzuchtige neef van hem is, tot Koning van Cumberland te kronen. Lady Duncan, samenzwerend met Macbeth, besluit om de Keizer eigenhandig te vermoorden.
Keizer Duncan, die na het feest met zijn slavin Hekátsj in bad zit, wordt met drie messteken omgebracht. Voordat zij ook vermoord wordt doet Hekátsj een laatste voorspelling. Het duivelskoppel duwt de moordwapens in haar handen.
Een nieuwe regeerperiode breekt aan. Lady Duncan - in de wetenschap dat het volk Macbeth als oorlogsheld vereert - kroont haar minnaar tot Keizer en trouwt hem – ze is nu Lady Macbeth. Honderdman Macduff en Kroonprins Malcolm vluchten naar het buitenland. Koning Banquo van Ierland, Duncans broer, is de eerste die door Keizer Macbeth uit de weg wordt geruimd. De nieuwbakken alleenheersers kennen echter geen rust. De grote machine van wraak en wederwraak wordt door de schikgodinnen op stoom gebracht, het wereldwiel maalt door. Kroonprins Malcolm, Honderdman Macduff (echtgenoot van Prinses Yvonne) en de aan de moordzucht van het tirannenpaar ontsnapte Hermione (dochter van Koning Banquo, nichtje van wijlen Keizer Duncan), slagen erin de vazallenstaten Cumberland en Ierland te mobiliseren voor een bloederige reconquista van Caledonia’s archipel.
Franstalige versie : Surfing MACBETH

